Juni, maand van het Spannende Boek.

Een spannend boek schrijven kan ik niet.

Het dagelijkse leven is al spannend genoeg.
    Zullen vandaag de aardappelen niet aanbranden?
    Zal ik zèlf niet aanbranden?
    Vaart deze week het goudschip binnen?
    Zal ik eindelijk die haai vangen die op de rolmopsen jaagt?
    Hoelang kan ik de melkboer nog weerstaan?
Alsof ik in een Hitchcockfilm leef….
Soms wordt de spanning me teveel.
Dan lees ik het van me af, in een spannend boek.
Advertenties

Misdaadverhalen

Dit boek is niet nieuw, jaren geleden las ik het al en nu kom ik het nogmaals tegen, uitgegeven in 2014 en geschreven door Timo van der Eng en Vincent Verweij. Wie de oude versie schreef weet ik niet.

Doorbladerend zag ik dezelfde verhalen, misschien een paar nieuwe?  Nog steeds is het wat de achterflap belooft:

broodje aap-verhalen maar dan waargebeurd.

Het titelverhaal is het bekendste, tevens meest aansprekende.

De oplichter  Victor_Lustig   moet wel een vindingrijk brein hebben gehad en ook vraag je je af hoe iemand hem serieus kon nemen. Hij zal welsprekend zijn geweest, kan niet anders. – Ook andere voorbeelden spreken tot de verbeelding.
De ontvoering van Charlie Chaplin bijvoorbeeld, De Robin Hood van de kunsten, De verliefde collega. – Echt een boek om een paar avonden mee te doen; dagelijks een minicrimi. —

Ranonkel van Jacques Hamelink


Eindelijk uitgelezen, dit boek.
Niet nieuw, uit 1969.
Een erg lang verhaal over een ranonkel die doorgroeit tot hij de stad overwoekert als een bos, de inwoners gaan daar naar leven.
De natuur die zich opdringt en de mens die zich aanpast;  de stad versteent tenslotte. Alle eigenschappen die beiden bezitten, vooral kwalijke, komen voorbij, met name het laatste hoofdstuk is één lange beschrijving van een overvolle stad en kerk, geleid door van een paar bestiale figuren. Bijna karikaturaal en inderdaad denk je aan Jeroen Bosch.
Knap om in telkens wisselende bewoordingen de voortgang van een woekerende ranonkel wordt beschreven.
Er zijn diverse recensies, niet iedereen is positief.
Begrippen als magisch-realisme, Jeroen Boschachtig, zelfs burlesk kwam langs.

Bijkomend weetje:
De illustratie op de voorpagina bestaat echt, het is het Palais Idéal in Hauterives, Frankrijk.
Wikipedia: Gebouwd door Ferdinand Cheval, een postbode. Hij wijdde 33 jaar van zijn leven aan de bouw van zijn paleis. Het verhaal gaat dat hij op een dag struikelde over een steen met een opmerkelijke vorm. Dit inspireerde hem en hij keerde de volgende dag terug naar dezelfde plek om meer stenen te verzamelen. In 33 jaar tijd verzamelde hij tijdens zijn postroute stenen en in de nacht bouwde hij bij het licht van een olielamp een wonderlijk paleis. In 1969, toevallig (?) het jaar dat Ranonkel van Hamelink verscheen, werd het paleis uitgeroepen tot nationaal monument.

Zwarte sneeuw


Dit las ik van de week, ‘ik heb zwarte sneeuw gezien.’
Daar had ik nog nooit van gehoord en vermoedde dat het Belgisch was, er kwamen in het boek meerdere Zuid-Nederlandse uitdrukkingen voor die ik begreep maar niet kende.
Het is altijd interessant om zegswijzen, spreekwoorden en uitdrukkingen (wat is eigenlijk het verschil?)  proberen te begrijpen door de woorden letterlijk te vertalen. Daarna in ruimer verband te zien en tenslotte de tekst te plaatsen in de tijd plus de bevolkingsgroep waarin je hem verwacht.
Deze uitdrukking echter kon ik absoluut niet duiden, ook de uitleg was me vreemd:
Zwarte sneeuw gezien hebben betekent ‘ellende, armoede meegemaakt hebben’. Deze uitdrukking is in België bekender dan in Nederland. In Noord-Brabant komt ook de variant groene sneeuw gezien hebben voor. Van oorsprong ging het om iets in het verleden: je had het ooit zo zwaar gehad dat je zelfs ‘zwarte sneeuw’ had gezien, wat natuurlijk niet bestaat, maar wel heel erg klinkt. Je was dus getekend door het leven, maar je was er wel bovenop gekomen.

Hoewel het boek vrij recent is (2014) klinkt het me ouderwets in de oren.
Of heb ik het mis?

Tijdverdrijf.


Wanneer de ochtend naadloos overgaat in middag en de avond onmerkbaar verglijdt in de nacht lijken dagen eindeloos. Het lot van thuiszittenden die deze uren moeten zien door te komen.
Hobby’s en media zijn de meest voor de hand liggende middelen daartoe, evenals iPad, laptop  en alle andere vormen van elektronica. Goed spul, maar er is nog steeds een onovertroffen tijdsinvulling die al heel lang dienst doet:
een boek.
Een doodgewoon boek van papier met een kaft waaraan je al ’n beetje kunt aflezen of het een serieuze verhandeling dan wel een luchtig verhaal of juist roerende tragedie bevat; altijd mag je rekenen op het doorbreken van verveling; welbeschouwd lijkt het boek juist in het leven te zijn geroepen om de tijd door te komen. Als lering en/of vermaak.
Denk je eens in, ’s morgens verdiept te zijn in interessante historie, in de namiddag overgaand op  een vlammend liefdesverhaal en de avond door te brengen in zinderende hoogspanning met terroristen, split personalities en andere gruwelen. Kan iemand zich een betere dagvulling wensen? Bijkomend voordeel is dat, door het genot van eetleespret, maaltijden  genuttigd worden met extra animo. Mooi meegenomen. Bovendien bouwt het leesgenot zich elke morgen opnieuw op bij het ontwaken, de wetenschap dat het boek reeds opengeslagen klaarligt en de cliffhanger popelt om te worden ontrafeld, voorspelt een verrukkelijke verwachting.

Mocht er geen boek naar tevredenheid voorhanden zijn is er nog een andere mogelijkheid:
schrijf er zelf een. Legio zijn de hulpmiddelen. Google op ‘schrijven’ (hoofdletters zijn niet eens nodig) en je hebt het maar voor het kiezen.
De kans om een goed/groot/veelgelezen/geliefd/rijk/beroemd auteur te worden is gering maar het plezier tijdens de inspanning weegt daar ruimschoots tegenop. Zoveel dat de dagen verstrijken zonder dat men zich verveelt.
Al de fantasie die moet verwoord, de herinneringen die moeten worden geschreven, een mens zou tijd te kort komen.

© Bertie

Rommeldagen

_
Deze dagen zijn echt rommelig. Je zoekt dingen om te doen, komt hier en daar wat tegen en dan loopt je zoiets als dit in de handen.
Struinen in mijn moeders spullen verveelt nooit, nog steeds kom ik af en toe iets onverwachts tegen, twintig jaar na haar dood.
Dit boek bijvoorbeeld, waarvan we nooit wisten hoe ze er aan kwam. Nu pas lees ik op de titelpagina: Dit boek is gevonden in het oud papier in een ouderwets handschrift.

            

Waarom ze deze mededeling deed?  Geen idee.  Misschien als verontschuldiging voor de staat waarin het boek verkeerde, omdat het een leuke vondst was, een lesje dat we altijd moesten opletten, of wat dan ook. We raden maar wat.

Van dit boek vind ik de omslagillustratie wel mooi; de ontwerper ervan is niet te vinden, de eerste pagina is er uitgescheurd. Een bekende stijl, zo te zien.

Kinderlijk lezen

Al jong leerde ik lezen.
Dat is mooi natuurlijk;  helaas schortte er  een en ander aan deze vroeg-’wijsheid’.  Er waren tal van woorden die ik niet begreep of waar ik de  klemtoon verkeerd legde.
Dientengevolge zag ik geen verband tussen, bijvoorbeeld, de bretèls van mijn vader en de brétels (mijn uitspraak) die Goofy aan zijn broek had.  Hetzelfde gold voor enthousiasme en het woord wat ik letterlijk las: ent-hou-si-as-me. Hilarisch werd het toen ik een hardopleesbeurt  kreeg in de tweede klas Lagere School.  Nog steeds verkeerde accenten leggend, begon ik met een luid  ‘Hoe Jezus pre-dìkte.’ Toen de klasgenootjes uitgegierd waren begreep ik pas wat er bedoeld werd.
Wat ik ook een probleem vond waren een paar woorden uit ons dialect. We mochten thuis niet té plat praten (Zaans) maar je krijgt er toch veel van mee, vandaar dat ik als zesjarige niet het verschil wist tussen kenne, kanne en kunne. En tussen wille en wouwe waarbij ik ook nog twijfelde of het wouwe of woude moest zijn. Er kwamen nog meer problemen bij.
Was het  elastiek of helastiek? Heien of haien? Mijn of main? Heus of huis? Purmerend of permanent? Ouwe oer of ouwe hoer?   (dit laatste las ik nergens maar vond het een stoer scheldwoord).  Kortom, ik piekerde me suf.
Achteraf had ik natuurlijk meer vragen moeten stellen maar op dat idee kwam ik nooit, ik zocht het zelf wel uit. Met bovenstaand gevolg.
Maar het kwam goed, tegenwoordig begrijp ik de meeste boeken die ik lees.

Gelezen: Een bijzondere geschiedenis. Johanna Adorján

Mooi boek over een waargebeurde geschiedenis.

Johanna Adorján is twintig als haar grootouders beiden zelfmoord plegen. Haar opa is op dat moment erg oud en heeft waarschijnlijk niet lang meer te gaan, haar oma daarentegen is nog gezond, maar kiest er toch voor om samen met haar man te sterven.
Het is geen daad van wanhoop of moedeloosheid, maar van liefde. Een bijzondere liefde voor elkaar.
Vijftien jaar later gaat Adorján op zoek naar wie haar grootouders eigenlijk waren en hoe zij als joden de Tweede Wereldoorlog overleefd hebben en tenslotte in Denemarken terecht kwamen..
Zij reisde in de voetsporen van haar grootouders en voerde gesprekken met een aantal van hun vrienden en bezocht plekken waar haar grootouders gewoond hadden of die bijzondere betekenis voor hen hadden.

De grootouders behoorden tot de joodse bourgeoisie van Boedapest. Ze ontmoetten elkaar daar in 1940 bij een huisconcert, en in 1942 trouwden ze.
Toen Duitsland Hongarije binnenviel, was de grootmoeder drie maanden zwanger van de vader van de schrijfster.
De zoektocht van de schrijfster naar haar voorouders is tevens een zoektocht van de schrijfster naar haar joodse wortels, een onbekend stukje van haar identiteit.Ze beschrijft beurtelings de gesprekken en de laatste dag zoals die misschien was verlopen; dit laatste is fictie, gebaseerd op haar kennis van de grootouders.
Bijzonder detail vind ik de aanduiding dat de grootouders hun kennis voor suïcide halen uit het boek Final Exit van Derek Humphrey, een omstreden boek dat in Denemarken werd verboden.