Droomland


Zo mooi, dat land.
Slechts eenmaal waren we er, de keer dat tomtom verdwaalde in de coördinaten.
Zodoende.
Wat er zo bijzonder aan was?
De entree en het welkom dat met niets was te vergelijken, we wisten niet of we ons in lucht of in water bevonden.
Het dak, was het hemellover? Of de onderkant van het wateroppervlak van de zee? Een doorschijnende groen/blauwsoort die we niet kenden spande zich boven ons, murmelend en zoet.
Vissen of engelen schoten door de turkooizen laag.
Eindeloos was de tijd. Gedachten verdwenen.
We waren daar en keken. Zweefden. Bedreven de liefde. Aten en dronken.
Verderop zagen we figuren die zwaaiden.  Vaag verschenen ze in ons blikveld, langzaam losten ze weer op.
Ze leken op verre en vergeten familieleden.
We zuchtten en rekten, verzaligd.
Toen werkte de tomtom weer en we hoorden: bij de volgende kruising linksaf.
Dat deden we en kwamen in onze eigen straat terecht.
Zucht.

Advertenties

Over dromen


Waarom dromen we zo zelden iets moois?
Degenen die ik het vroeg waren het grotendeels eens: meestal vergeet ik het, wat ik onthoud zijn de beroerdste en echt goeie dromen komen zelden voor.
Er zal wel een verklaring zijn maar welke? Bij Dick Swaab kon ik het nergens vinden, elders op Google ook niet.
Dan ga je je allerlei dingen indenken

Zitten er stofjes in de hersenen, tegenhangers van endorfine misschien,  die ons mooie dromen onthouden en waarom?
Is er een jaloerse godheid die het ons niet gunt?
Zit een ingesleten calvinisme ons in de weg?
Vroeg ik het de verkeerde mensen?
Moeten er andere bedden komen of nieuwe slaaptijden?
Heeft ons brein nog geen goede droom-antenne ontwikkeld?
Enzovoorts.
En weet je wat? Dagdromen lukt wel terwijl dat juist zo vaak tot foute beslissingen leidt.
Onbegrijpelijk.