‘Je suis Charlie’.

Natuurlijk zou ik ook graag een aansprekend stukje doen over de aanslag op Charlie Hebdo.
Maar alles is al gezegd door de fantastische en scherpe spotprenten die we nu op Internet en Facebook tegenkomen. Eén rake schets zegt meer dan alle logjes samen.
Daarom laat ik het hier bij.

Advertenties

l’histoire se répète?

1854
in de Armenwet wordt vastgelegd dat de armenzorg, waaronder ook ouderen,  eerste verantwoordelijkheid is van Kerk en particuliere instanties

1912
Armenwet vernieuwd: familie verantwoordelijk voor de armen, ook de ouderen, vóórdat de Kerk en andere instanties worden aangesproken.

Je houdt je hart vast

Inbraak, het meest in Brabant en Vinexwijken


Er zijn in Brabant en Vinexwijken zoveel inbraken dat het me de rug opkruipt.
http://www.ouderenjournaal.nl/home/2014/10/10/de-meeste-inbraken-vinden-plaats-brabant-en-vinex-wijken/
Naar een Vinexwijk wilde ik sowieso al nooit maar in Brabant, tja, daar woon ik. Weliswaar niet in Breda of in een andere linke stad maar toch.
Er komen herinneringen boven van opmerkingen die we als kind hoorden (toen nog woonachtig in de Zaanstreek).
Brabant en Limburg, zeiden sommigen, was één pot nat,  ‘Het donkere Zuiden’ genaamd. Er werd gedronken, iedereen was klein, dik en donker, Rooms dus dom. De Peel was een duister moeras waar vreselijke zaken werden afgehandeld. Gruweldegruwel.
Het waren natuurlijk antieke verhalen waarvan de kern allang zoek was maar na het lezen van de inbraakberichten sloeg de twijfel toe. Wie was eigenlijk die aardige buurman? En die andere, die chagrijn? De straat achter ons, wat was dat voor volk? Misschien hadden ze voorouders uit de Peel die katten, dievenbuit en kinderen verzopen in duistere vennen.
Ik nam geen risico en besloot de meest beruchte inloopplekken te beveiligen: cylinderslot en wcraampje.  Beiden overbekend en nog steeds in gebruik als dievenentree, zo schreef een politievoorlichter.
Een nieuw slot had ik niet voorradig en een kleiner raam ook niet maar wel touw. Veel en sterk.
Dus span ik  voor ik naar bed ga een touw vanaf de voordeurklink via kapstok en kamerdeurklink naar wcdeur en -raampje en terug, dat is al dubbelop. Dan naar trapleuning, gangkastje en opnieuw terug en maak het einde vast aan het begin met drie deskundige knopen.
Dat zit.
Of het afdoende is weet ik (nog) niet.
Wèl dat het knap lastig is, ’s morgens. Alles los te moeten knopen.

Ark


overstroombaar gebiedOverstroombaar gebied, je zou er maar wonen als de natuur het op zijn heupen krijgt.
Zelf woon ik gunstig maar om de halve Nederlandse bevolking op te vangen op ons erfje, dat zal een hele rekenarij worden .
In vroegere logjes berichtte ik optimistisch van privéstrandjes en botenverhuur en strandhotels in de achtertuin maar nu denk ik er ernstiger over.  Socialer. De superark die ik van plan ben te bouwen zal niet alleen ingericht zijn voor twee paartjes per diersoort, maar ook voor twee gezinnen per mensenras.  Denk je eens in, kans op inteelt is meteen van de baan want dat vond ik als kind zo raar aan Noachs ark, net als aan het paradijsverhaal: maar één stel, hoe moesten die gaan en zich vermenigvuldigen? Alleen broers en zussen ter beschikking?  Hoe komen ze erop, dacht ik wrokkig als mijn eigen broers me pestten. Later begreep ik wel dat het praatjes voor de vaak waren maar toch, nu de watersnood aan de man komt,  neem ik geen risico’s;  je zou maar een stel christenen in je boot hebben.
Nu had ik zo gedacht; als van de 20 miljard euro die zijn uitgetrokken voor een extra deltaplan, een gedeelte aan mij overgemaakt wordt zodat ik die superark kan bouwen, is dat hele plan niet nodig. Wat heet, het is gewoon zonde van het geld.  Schenk her en der in het oosten en zuiden van Nederland een paar miljardjes zodat je een complete arkenvloot krijgt en laat het water de pest krijgen.
De nakomelingen van de opvarenden gaan zich vanzelf wel ergens vestigen en originalen verjagen en zich ontwikkelen, dijken bouwen en zo.
En bij dreiging van een nieuwe aankomende watersnood hebben ze tenminste voldoende know-how om een ark te bouwen.
Probleem opgelost, in elk geval voor de zittende regering.

Wraak? Nee!


Pas weer een berichtje op fb gelezen over een paar lammelingen die zwanen mishandelden en dat op film zetten. Afschuwelijk, zowel  mishandeling als  opname. Is het een vorm van narcisme, zoeken naar sensatie of grenzen opzoeken? Ik weet het niet maar beide daden zijn te pervers om nog normaal te noemen. De daders zijn ziek, ook als het een eenmalige handeling is zie ik het als ziekte, latent aanwezig waardoor je bang kunt zijn voor herhaling.
Iets anders is het kwaadaardige gehalte van sommige reacties.
Natuurlijk is je eerste gedachte: ze moesten het tuig zelf eens onderhanden nemen! Maar je weet dat het een opwelling is en dat je liever de gewone rechtsgang zou zien.
Anderen lijken het wèl ernstig te nemen. In mijn omgeving ken ik mensen die de daders serieus zouden willen verzuipen en/of levend begraven dan wel ophangen, villen, eventueel aan flarden schieten. Ze krijgen nog bijval ook.
Het klinkt sterk, misschien zelfs stoer voor enkelen. Wraak is tenslotte een oermenselijke emotie die niet valt weg te denken. Daarom denken bepaalde mensen dat het oog-om-oog-principe de beste straf zou zijn. Ze vragen zich niet af hoe de uitvoering zou moeten zijn, wie voor beul wil spelen en vooral: tot hoever kan een rechter gaan?
Dan herinnerde ik me dit:
–in mijn pubertijd schrokken we op van een heftige aanranding.
Uiteraard riepen we en bloc dat we de viezerik wel eens even zouden castreren als we hem te pakken kregen.
Mijn moeder begreep de verontwaardiging maar verbood de grove uitlatingen: jullie weten niet wat je zegt, beweerde ze, dat maakt alles nog erger.
Kort daarop luisterde ik naar een man die haarfijn uit de doeken deed hoe híj zou straffen. ‘Met een bot mesje…’ Je wilt de rest niet weten; erger was dat de man zichtbaar genoot van zijn eigen wraakidee.
Toen begreep ik dat hij geen haar beter was dan de dader en snapte ik ook mijn moeders woorden.

Niet alle aow-ers zijn rijk

‘Jo, kom je nou haast, je eitje wordt koud.’  Nelleke staat in de deur van de slaapkamer. ‘Sta toch ‘ns op…’
Jo mompelt wat, druk bezig als hij is met zich op te trekken aan de rand van het bed. Het lukt. Foei, wat een rotgevoel weer in zijn kop.  Zo duizelig als de pest zit hij op de rand en schuift in zijn sloffen; het is beter een pilletje te nemen.  Hij tast naar het nachtkastje en herinnert zich dat ze op zijn. Verrek ja, ze zouden proberen te minderen. Dat verdomde geld ook.
Als hij in de keuken komt zit Nelleke aan tafel met de laatste dagafschriften van de bank.
’En,’ vraagt hij, trachtend naar humor, ‘valt er nog wat moois te lezen?’
Zij kijkt hem aan en fronst. ‘Het gaat nèt deze maand. Als we ‘n beetje uitkijken kunnen we nieuwe pillen voor jou bestellen.’
Stilte.
Hij begint aan het ei, zij is druk met de papieren.
Ze schamen zich ’n beetje.