Ziggo…

…verbeterde het televisienetwerk. Meer HD-zenders enzo.
Daartoe kregen we een vooraankondiging, vervolgens een poster die je voor het raam kon hangen en waarmee je iets kon winnen, en tenslotte de definitieve datum (19 januari) , aangevuld met een stappenplan.
Een eenvoudig plan: zodra er een foutmelding kwam hoefde je de stappen maar te volgen. Aangezien ik toch al meestal de zenders zocht, beeld bijstelde en dergelijke was dat geen punt.
19 Januari kwam en ging maar er gebeurde niets bijzonders op het scherm.
20 en 21 Januari nog steeds niet; na een paar dagen vroeg ik de buurvrouw hoe het zat met háár televisie.  ‘Goed want ik zit bij KPN. Maar in de volgende straat wordt in de grond gewroet met kabels dus waarschijnlijk ben jij nog niet aan de beurt…’
Daar had ik niets aan en vroeg me af wat ik moest doen.
Ziggo bellen wilde ik niet, huiverig voor woorden als ‘mevrouwtje, dat doet U zó…’ , dat is zo lullig, alsof een vrouw standaard niets begrijpt.
Toen kwam zaterdag toevallig een van de zonen (jaja…) en die wees me erop dat ik analoog bezig was (had ik niks van gemerkt), het humax-kastje (voor digitaal beeld) uit had staan en dus nooit een foutmelding te zien zou krijgen. Nou ja, kan gebeuren, zei ik nog. Hij lachte alleen maar.
Gottegot, wat een afgang als je niet eens het verschil ziet tussen de verschillende ontvangsten.
Echt waar, ik voelde me een uitgesproken trien.

Advertenties

Tv-kijken


Zojuist gekeken naar Maestro (AVROTROS); bee-enners die dirigeren als amateurs. Wanneer je de te spelen stukken kent lach je je slap. Superontspannend.
Straks om 22.25 uur  volgt ‘Over mijn lijk’, een BNN-programma over een heel ander onderwerp, een indringend verslag van jonge mensen die niet meer beter worden. Ik weet dat sommige mensen deze patiënten afschilderen als onbegrijpelijk exhibitionistisch maar dat maakt het gegeven niet minder boeiend. Soms voel je je een beetje een gluurder, toch is het niet sensationeel. Patrick Lodiers brengt het ingehouden, met fatsoen al klinkt dit ouderwets.

Dat kunnen de commerciëlen niet verbeteren.

Herhaling verveelt…

…ook bij tv-programma’s.
Peter R. de Vries, Paul de Leeuw, Mart Smeets, Marike Stelling en nog wat mensen die ik almaar terug zie komen, ze staan me meer en meer tegen als ik hun zelfvoldane hoofden zie praten.  Bij vh Pauw en Witteman, Matthijs van Nieuwkerk, bij Pauw. En dat zijn alleen nog maar de keren dat ik langs kom (en weer wegzap).
Natuurlijk zien we bij dwdd ook wel eens nieuwe gezichten maar  het herhaaldelijk opduiken van die ouwe meuk ertussendoor, dat breekt je aandacht meteen weer af.
Verzin eens wat nieuws, denk je dan maar wat zie je?  Er worden wéér praatprogramma’s opgezet, door mensen die stuk voor stuk denken dat ze iets nieuws maken, beter, interessanter, leuker, maar in feite hetzelfde.
Ook Tan, de Mol, Jinek ,  Pauw en godweetwie nog meer met dergelijke plannen loopt, voegen in wezen niets toe, hoogstens de kleur van stoelen verschilt.
De STER is onderhand afwisselender.

Heerlijk Hollands ge-Bakt.


Hoewel de televisie me weinig zegt staat hij elke avond aan als geluidsbehang; meestal zachtjes, soms iets harder als ik een programma verwacht dat het aanzien waard is.
Die bekijk ik met een half oog, af en toe ga ik er zelfs voor rechtop zitten.
Heel Holland Bakt van MAX is zo’n programma.
Vanavond maakten de deelnemers royaal-gevulde ovenschotels, afgedekt met gezellige deegjes, een van de bakkenden had zelfs een bewonderenswaardig net gemaakt, iets waar ik van achterover sloeg me afvragend hoe hij dat deed, breiend, vlechtend, hakend?
De ijver was indrukwekkend èn productief: er kwamen mooie gerechten voor de dag.
Daarna werd er geproefd door een jury, iemand had gewonnen en werd gefeliciteerd.
En that’s it.
Holland bakt; voor sommigen het toppunt van simpele kneuterigheid, voor mij een prettig-herkenbaar item over het keukengerotzooi dat ik zelf beoefende. Niet te vergelijken met de hautaine cuisine en de uitsloverige houdingen van een paar erkende tv-koks maar des te leuker.
Want laten we wel wezen, lang niet iedereen heeft weet van de details die een gerecht smaaktechnisch interessant maken en hoe jammer dat ook lijkt, we malen er niet om.
Laat ons bakken.

IJdel

Er was eens een arme narciste met klachten.
‘Het is zo lastig,’ vertelde zij  de huisarts, ‘almaar je nek te moeten verdraaien, in etalageruiten, spiegeldeuren, grote zonnebrillenglazen, schermen van televisie en laptop en tablet, overal moet ik mezelf bewonderen; links en rechts heb ik een zere nek en mijn ogen gaan soms uit eigen beweging heen en weer, weet U wel hoeveel afbreuk dat doet aan mijn schoonheid…. ‘
De huisarts  bekeek haar nek en zag dat haar ogen inderdaad vreemde bewegingen maakten, haastig  schoten ze naar de ooghoeken en terug.
‘Hm, tja, een psychiater kan U misschien helpen.’
‘Oh god nee,’ riep de narciste, ‘die neemt me mijn grootste genot af. Help me liever met mijn nek en ogen.’
Nadenkend bladerde de huisarts wat in zijn papieren. ‘Heeft U,’ vroeg hij,  ‘wel eens gedacht aan een carrière bij de televisie?’
‘Ja hoor, maar ik kan niet acteren, niet presenteren, zingen of zelfs maar meedoen met spelletjes. Het enige wat ik kan is mezelf bewonderen.’  Intussen keek ze aandachtig naar zijn ogen waarin ze haar gezicht zag, piepklein maar zo mooi dat ze ervan zuchtte.
‘Dat is ook niet nodig, U hoeft alleen maar te zijn en af en toe een woordje na te zeggen.’ Hij schreef iets op een blaadje. ‘Mevrouw, belt U dit nummer. Deze man kan U opleiden tot tv-babe. Veel succes!’
Zij ging en belde.  Ze mocht komen voor een auditie. Ze deed enorm haar best en bekeek zich met grote aandacht op alle monitoren, de ernst spatte uit haar blikken waardoor ze imponeerde en mocht blijven.
Ze werd een groot succes. Nu hoefde ze niet meer haar nek te verdraaien, haar beeltenis verscheen op alle plekken waar ze keek, ook haar ogen pasten zich aan.
Ze werd een rijke narciste met nog maar één klacht:  ‘Wat als ik oud word?’

© Bertie