Voos


Hoe het anderen verging weet ik niet, ik had moeite met dit drukkende en zweterige weer.

Bij het opstaan voelde ik het direct:  het onderlaken bleef aan me plakken. En toen ik het losgetrokken had zaten de voeten vast aan de mat, echt waar, ik moest kracht zetten om ze omhoog te krijgen.

Typisch voos weer, zoals hier en daar in Oost-Brabant gezegd wordt.  Geen voosweer, da’s heel wat anders.

De temperatuur was niet bijzonder hoog, toch was je na een klusje compleet doorwaterd.
Dit vind ik een typische hoogzomerhitte. Je kunt veel beter een juni-hittegolf hebben, dan is het alleen maar heet. In juli-augustus drijf je de dagen door.
Daar staat tegenover dat de avonden geweldig zijn, zelfs nu het druppelt (storm komt morgen pas) (hoop ik) is het zacht en stil, buurtgeluiden komen vriendelijk  over want de helft van de straat  is op vakantie.
En dan raak je al gauw verzoend met die vozigheid.  (Neehee, niet dié..).
Bovendien gaat het morgen nog meer regenen.
Dan worden we ook nat.
Advertenties

Regen? Of niet?

– Een fenomeen wat soms voorkomt: af en toe vielen er kleine druppeltjes op je huid, keek je op de stoep of in de vijver dan was er niets te bespeuren.
Een eigenaardige ervaring waarbij je eerst denkt aan een tuinsproeier bij de buren, daarna aan een vliegtuig met een lekke kraan.
Het blijkt gewoon uit de lucht te komen, alleen zie je er niets van, hoogstens drijft er een donkerder wolk  boven je.
Regen die geen regen was. Heel apart.
Wat zou WA hiervan denken?

Zie je de foto? Geen spatje te bekennen.

Hoe wordt iemand dakloos?


In dit geval was het simpel: het dak waaide er af. Nooit meer teruggevonden.
Storm draaide de straat in, loerde van links naar rechts en begaf zich naar mijn huis. Hij wroette wat aan de goten en whoemmm! daar vloog de boel de lucht in. Met dakkapellen, windhaan, schoorsteen en al.  Het was zielig voor de vogels die onder de pannen nestelden, nerveus staken ze hun snavels buiten het stro maar Storm was onverbiddelijk.  Binnenblijven!

Nou, ja, daar zat ik, weliswaar onder een plafond maar zonder dak.
Ik wendde me tot de gemeente en deed mijn verhaal.  Aanvankelijk geloofde men mij niet maar na een uitgebreide verificatie  – groepsgewijs want alle ambtenaren wilden dit met eigen ogen controleren – gaven ze me het advies het ministerie van Volkshuisvesting te benaderen.
Ook daar geloofde men mij niet; na een nieuwe contrôleronde echter kwamen ze tot de volgende conclusie: dit is een geval voor  voor klimatologen.
Ongeloof enzovoorts en verwijzing naar het KNMI.  Vogelbescherming. WNF. Vandaar naar de aannemer die jaren geleden het dak gebouwd had en allang niet meer leefde, zijn opvolgers schopten me de deur uit en tenslotte stond ik weer op de stoep van het stadhuis. Niet dat ik zong.

Uiteindelijk kwam de gemeente me tegemoet met honderd euro, daar mag ik een bontgevoerde parasol voor kopen tegen de koude nachtlucht want je begrijpt: het dak is weg en een hardboardplafonnetje is niet voldoende;  mijn bed staat er nog. En de wasbak, po, bijbel en een stapel natuurblaadjes.  En dat moet dan allemaal onder die parasol, tot nader beraad.  Tsss, hoe verzinnen ze het!
Weet je wat ik deed?  Het bed en toebehoren naar beneden gehaald en voor de verwarming neergezet, het geld besteedde ik aan een bontgevoerde pyjama. Een windvrije.
Je weet nooit zeker of Storm terugkomt.