Het lijk


Er lag een dode.
Een akelig lijk, donker van haar en stijf van houding.
De vrouw die hem vond belde haar man.
Hij kwam, zag het lijk en vloekte. “Sodeju wat een lelijkerd” en riep de buurman erbij.
Die keek, keerde zich bangig af en haalde zijn vrouw.
Moedig bekeek ze het lijk van alle kanten. ‘’Morsdood,” oordeelde ze.
De anderen knikten.
De kring rondom het lijk breidde zich uit en verder, als de dode nog leefde zou hij zich misschien verheugd hebben in deze grote belangstelling maar ja, dood is dood.
Er kwam een nieuwsgierig kind aangelopen; het wurmde zich tussen de grote mensen naar voren en zag waar iedereen naar keek.
”Pfft, wat een schijterds,” zei-t- ie. Hij greep het lijk, bracht het naar de wc en spoelde het door.
Toen keerde de rust weerom.

Advertenties

Noorderlicht


Vanavond kunt U misschien het Noorderlicht zien, met een kans van 60 procent’  aldus een ronkend bericht in mijn mailbox .
Tegen beter weten in (dit is niet de eerste keer dat ik ergens in trap)  posteerde ik me op het dak. Het is niet bijzonder hoog maar dat hinderde niet, hogere bouwsels zijn hier niet veel.
Twee uren heb ik daar gezeten, gissend naar elk afwijkend schijnsel; het enige wat ik in noordelijke richting waarnam waren autolampen en straatlantarens.
Af en toe veranderde ik van houding – het idee dat ik een lichtstraaltje zou missen was ergerlijk— helaas, het bracht geen noordse stralen. Wat ik wel merkte was dat de schoorsteen  ijskoud en kouder werd en het gehang over de nok met links en rechts een been was ook niet alles.
Net toen ik wilde stoppen en afdalen gloeide er nog wat op, opgewonden nam ik de camera en richtte….   op een buurman die hetzelfde idee had als ik en er een sigaretje bij opstak.
Jaloers zwaaide ik naar hem.
Hij had tenminste warmte gevoeld.