Het dierlijke in de mens


” De mot in de maag hebben – vaak honger hebben” .
Bij het lezen hiervan kwam onze kindertijd me voor de geest.
Lange lijzen waren we die hard groeiden en knorrend keken we dagelijks uit naar de maaltijden.
Als haviken hielden we moeder in de gaten en zodra ze naar het tafellaken reikte stortten we ons als wolven op haar.
Hongerig verslonden we brood na brood, de ene mud aardappelen na de andere, we waren jaloerser dan de hond die naar andermans bak loerde en net zo vraatzuchtig.
Vechtend om restjes uit de puddingpan gromden we verbeten en.
tenslotte rolden we spinnend in het gras.
De mot sliep.

Advertenties

Restjes


Het is maar goed dat ik niet aan goede voornemens deed zoals afvallen, het strookt gewoon niet met mijn Hollandse zuinigheid. En verstandig eten hoort daar ook bij.
Al die restjes snacks in de diepvries (die te vol was),  kaasjes en worsten in de koelkast (die kraakte in zijn voegen), flessen in de kelder (die ruim genoeg was 😉 ), die kun je toch niet laten liggen tot ze over datum zijn of bedorven? Zonde van de goede waren.
Dus eet ik, ondanks verstandige schema’s, bijna dagelijks teveel. O, een heel klein beetje hoor maar toch onnodig overdadig,
Gelukkig schiet het op; de frituurartikelen zijn aan de laatste bitterbal toe evenals de miniloempia’s. Er is nog één stukje Franse kaas en de kelder is zo goed als leeg, van de laatste kerststol is nog één korstje over.
Een grote opluchting gloort.  Dan kan ik eindelijk aan het volkoren brood met kaas 20+ en magere wortelen met slablaadjes en dunne pap …ehh…
gadverdamme, wat een akelig vooruitzicht.