Tien geboden 1


De eerste luidt: U zult geen afgoden vereren maar mij alleen aanbidden. Ter verduidelijking: dit was niet mijn idee maar van de god van de christenen en Joden.
Nu, aan afgoderij doen we al eeuwen niet meer, althans, dat denken we. We vergeten dat Mammon, die van geld en rijkdom, ook een afgod was en we vereren hem uitbundig.
Zelf denk ik geen geldgelovige te zijn maar ik moet bekennen dat ik het bezit ervan heel comfortabel vind. Je kunt eten kopen en kleding, als je geluk hebt een fiets of auto en duizenden dingen meer.
Ik zou me semi-aanbidder noemen.

Wat je ook aanbeden ziet worden is macht. Ongelooflijk wat mensen er voor over hebben, jarenlange carrières. Vanuit politiek oogpunt kan ik het begrijpen, het is een ingewikkeld maar spannend spel dat aan handelen doet denken. Het daagt deelnemers uit tot compromissen te komen die voor alle partijen gunstig zijn of op zijn minst gunstig lìjken. Daar is intelligentie en empathisch vermogen voor nodig. hetgeen niet altijd aanwezig is waardoor het spelt vervuilt. Dan is het een kwalijke afgoderij, net zo erg als de lammelingenvariant, die van de kleine machtzoekers. Chefjes, winkelhoofdjes, voormannetjes, baliebezettertjes, helpdeskmedewerkertjes, en meer, luitjes die onmatig trots zijn op hun minimachtsdeeltjes en dat rampzalig showen.

Dat laatste is inherent aan de grootste afgod: EGO. Hoofdletters misstaan niet.
Hierover valt zoveel te vertellen dat ik er niet eens aan begin.
Stel dat ik mezelf tegenkom.

Advertenties

Moeder en de Bank

‘Kind, de Boerenleenbank is héél belangrijk, zorg dat je daar een goede naam houdt dan is hij ook goed voor jou als je hem nodig hebt!’
Aldus mijn moeder. Deze boodschap kregen we allemaal mee
Ze vertrouwde de bank, had er de hypotheek lopen en lopende rekeningen; volgens mij knielde ze als er langs liep.
Het vroegere postkantoor beschouwde ze ook als een bijna religieus centrum, zij het iets gemoedelijker. Maar toch, menige betaling of ontvangst ging per postwissel of girokaart en alle geldelijke handelingen die op een officiële manier werden afgedaan vond ze vertrouwenwekkender dan contante afrekening. Dat was geschikt voor de ‘gewone’ zaken als leveranciers of zakgeld. Wonderlijk, als arbeidersvrouw kreeg ze vroeger het weekloon van mijn vader juist cash, in een loonzakje, dat moet welhaast van invloed zijn geweest.

We deden ons best; betaalden altijd alle rekeningen op tijd, spaarden elke overtollige munt; we deponeerden ze bij de betreffende bank met de gedachte dat die zo goed is voor ons maar weten nog steeds niet wanneer we die goedheid kunnen verwachten.