Zomaar een ritje

  Door het mooie weer waren er meer mensen op de been en ze leken allemaal hetzelfde doel te hebben, ontspannen door te genieten van de zachte herfstlucht en het landschap.

Eerst naar een bos gereden waar ik toch maar liever niet in ga als ik alleen ben, daarna omgedraaid en naar het water gefietst. Langs de zandafgravingen in Linden die zich inmiddels uitstrekken tot bijna in Gassel, een heerlijkheid om er op je gemakkie rond te rijden of struinen, tussen de grote Schotse Highlanders en soortgenoten die er schrikbarend uitzien maar zich niets van je aantrekken.  Vroeger waren het eindeloze akkers en weilanden, nu biedt het uitzicht meer afwisseling. Menselijk ingrijpen in het landschap leidde hier tot een aanwinst in de natuur.
Verderop vanaf Katwijk ad Maas over de dijk naar Cuijk, koffie in de brasserie, dan huiswaarts.
Al met al een kalme maar prettige plattelandsroute.  Geen toeristische trekpleisters, hoogstens een plaatselijke molen, openbare tuin  of boerentheehuis.
De Staatsbossen en -hei in St. Anthonis, naar Limburg, de Peel, of via de grens in Venzelderheide naar het Reichswald;  voor wie van fietsen en/of wandelen houdt en niet teveel eisen stelt, is er altijd een weg.
Ook in eigen omgeving.

Advertenties

Inbraak, het meest in Brabant en Vinexwijken


Er zijn in Brabant en Vinexwijken zoveel inbraken dat het me de rug opkruipt.
http://www.ouderenjournaal.nl/home/2014/10/10/de-meeste-inbraken-vinden-plaats-brabant-en-vinex-wijken/
Naar een Vinexwijk wilde ik sowieso al nooit maar in Brabant, tja, daar woon ik. Weliswaar niet in Breda of in een andere linke stad maar toch.
Er komen herinneringen boven van opmerkingen die we als kind hoorden (toen nog woonachtig in de Zaanstreek).
Brabant en Limburg, zeiden sommigen, was één pot nat,  ‘Het donkere Zuiden’ genaamd. Er werd gedronken, iedereen was klein, dik en donker, Rooms dus dom. De Peel was een duister moeras waar vreselijke zaken werden afgehandeld. Gruweldegruwel.
Het waren natuurlijk antieke verhalen waarvan de kern allang zoek was maar na het lezen van de inbraakberichten sloeg de twijfel toe. Wie was eigenlijk die aardige buurman? En die andere, die chagrijn? De straat achter ons, wat was dat voor volk? Misschien hadden ze voorouders uit de Peel die katten, dievenbuit en kinderen verzopen in duistere vennen.
Ik nam geen risico en besloot de meest beruchte inloopplekken te beveiligen: cylinderslot en wcraampje.  Beiden overbekend en nog steeds in gebruik als dievenentree, zo schreef een politievoorlichter.
Een nieuw slot had ik niet voorradig en een kleiner raam ook niet maar wel touw. Veel en sterk.
Dus span ik  voor ik naar bed ga een touw vanaf de voordeurklink via kapstok en kamerdeurklink naar wcdeur en -raampje en terug, dat is al dubbelop. Dan naar trapleuning, gangkastje en opnieuw terug en maak het einde vast aan het begin met drie deskundige knopen.
Dat zit.
Of het afdoende is weet ik (nog) niet.
Wèl dat het knap lastig is, ’s morgens. Alles los te moeten knopen.