Spijbelen en slagen

_

“Ze zal wel slagen maar heeft zo weinig parate kennis,” zei de directeur van de MULO (vroegere MAVO)  die zich zorgen maakte over een spijbelende leerlinge en daarom de ouders opbelde.
‘Ze leest veel,’ antwoordde de zus die zich voordeed als de moeder. Ze wist van de spijbelarij, moeder niet.
Zo begon een gesprek over het betreffende meisje.
Ze was nooit aanwezig bij gymnastiek, klaagde de directeur. Ook niet bij Nederlands. Of Engels. Bij godsdienst liet ze zich zelden zien al was dat minder belangrijk.
Kortom, het kind was een slechte scholiere.
Tenslotte kwamen ze overeen de leerlinge te bepraten, ieder vanuit eigen standpunt en er het beste van te hopen.
Zo geschiedde en de leerlinge slaagde.
En vraagt zich nog steeds af wat er zo bijzonders was aan de leerstof.
Die leerlinge was ikzelf, dat begreep U natuurlijk.
Advertenties

Lui – of de kunst van het opvoeden

Lui, een woord dat ik vroeger hoorde, waarvan ik de betekenis kende maar niet begreep waarom het bij mij paste.

Op een van de lagere schoolrapporten, vierde klas (nu groep 6)  staat de aantekening:  Ze is nogal lui. Stomverbaasd was ik; thuisgekomen aanhoorde ik mijn moeders standje en schudde mijn vader zijn hoofd maar wist ik nog steeds niet waarom ik lui genoemd werd. Het bleek dat ik, blijkbaar uit verveling, wegdroomde in de klas en dan niet bij de les was. Dus lui.
Daar kwam ook nog iets anders bij. Met duurlopen bij gymnastieklessen werd ik na een halve ronde al moe en stopte.  Beetje hijgend.  Ook dat werd als lui gezien, ‘Vooruit, doorlopen!’  klonk het.
Uiteraard was ik verontwaardigd maar wat had een kind nou te zeggen in de jaren vijftig/zestig. Niet veel of nog minder.

Pas toen een van mijn eigen kinderen astmatisch bleek en we met de longarts in gesprek raakten, kwam het besef dat ik dit zelf ook was, zij het in veel mindere mate.
De ademnood bij gymles, de constante loopneus,  de moeite bij een fietstocht in tegenwind, allemaal kleine maar typische verschijnselen voor luchtwegenmankementen, aldus de specialist.

Het was niet ernstig maar ik vroeg me af waarom er zo keihard werd gereageerd door veel opvoeders. Het mag afgedaan worden als ‘zo was het vroeger nu eenmaal en we zijn toch groot geworden’,  het was oneerlijk. Een kind kon niet zomaar even in de ziektewet duiken.
Dit was een akkefietje maar er waren ook andere, ernstiger zaken; denk alleen al aan het kindermisbruik dat de laatste jaren boven water kwam. Veel ouders hielden de klachten voor aanstellerij.
Natuurlijk waren niet alle ouders  en opvoeders zo en de onze waren best lief maar het was, in mijn herinnering, algemeen gebruik om op voorhand klagende kinderen de mond te snoeren: niet zeuren, het zal je eigen schuld wel zijn, schiet op en meer van dat.
Een kind moest onderhand halfdood voor hun voeten liggen wilden ze serieus genomen worden.
Toegegeven, later sloeg men ’n beetje door naar de andere kant; toch is dat nog altijd beter dan klachten en klachtjes te negeren.
Voor de duidelijkheid: ik ben inderdaad heel groot geworden en heb weinig astmatische verschijnselen, dankzij de pufjes die een dokter me voorschreef. Hij geloofde me.

Versje


Als kind

schreef ik een boek
een potloodboek
met minstens zestien vellen
over Moortje -onze kat-
van een moederlijke schat,
en liefderijke zusmodellen.
Ook de school kwam aan de beurt
uiteraard in roze gekleurd;
dan de kerk met god en hemel,
bovenop wat zalfgefemel
van engelen die braafheid kweelden.
Woorden streelden
en penseelden
zacht mijn kinderlijke wensen,
ik verzon ze; lieve mensen.
Gretig schreef ik mijn verhaal.
Een kind is willig materiaal.
 © Bertie