Versje


Als kind

schreef ik een boek
een potloodboek
met minstens zestien vellen
over Moortje -onze kat-
van een moederlijke schat,
en liefderijke zusmodellen.
Ook de school kwam aan de beurt
uiteraard in roze gekleurd;
dan de kerk met god en hemel,
bovenop wat zalfgefemel
van engelen die braafheid kweelden.
Woorden streelden
en penseelden
zacht mijn kinderlijke wensen,
ik verzon ze; lieve mensen.
Gretig schreef ik mijn verhaal.
Een kind is willig materiaal.
 © Bertie
Advertenties

Enge sprookjes zijn lastig te schrijven


Voor een schrijfgroep ben ik bezig met een griezelsprookje.  Op het oog lijkt het niet moeilijk: voetstappen op het grind, pythons die tongzwaaiend langzaam onder uit de overgordijnen kruipen, hijgende adem die je hoort zonder een persoon te ontwaren en meer van dat.
Maar om er een echt verhaal van te maken met inhoud van betekenis en ook nog de juiste vorm te vinden zonder af te dwalen, dat valt tegen.
Je hebt een begin, middenstuk en afrondend einde.
Het begin is er maar…
..trillend zit ik aan de toetsen en voel en hoor allerlei vreselijke dingen in mijn nek en nu durf ik niet verder,  ik ben ontzettend bang aangelegd.
Het sprookje maar afblazen? Dat is me te gemakkelijk.
Het sprookje lief-maken? Dat is geen optie.
Er zit maar één ding op: het sprookje schrijven bij daglicht, in de zon, met vrolijke muziek op de achtergrond.
En hopen dat ik er geen sambadansende slangen van maak of hippe hijgers al zijn die laatsten ook behoorlijk eng.