Het dierlijke in de mens


” De mot in de maag hebben – vaak honger hebben” .
Bij het lezen hiervan kwam onze kindertijd me voor de geest.
Lange lijzen waren we die hard groeiden en knorrend keken we dagelijks uit naar de maaltijden.
Als haviken hielden we moeder in de gaten en zodra ze naar het tafellaken reikte stortten we ons als wolven op haar.
Hongerig verslonden we brood na brood, de ene mud aardappelen na de andere, we waren jaloerser dan de hond die naar andermans bak loerde en net zo vraatzuchtig.
Vechtend om restjes uit de puddingpan gromden we verbeten en.
tenslotte rolden we spinnend in het gras.
De mot sliep.

Advertenties

Eland


Onlangs is een eland gespot, zie http://www.nu.nl/wetenschap/644079/eland-rukt-op-naar-nederland.html
Spannend, ik kan niet wachten!
Alsof wolven en everzwijnen nog niet bijzonder genoeg zijn zien we binnen afzienbare tijd dus ook reuzenherten in ons bos.  What’s next? IJsberen bij de kliko of een poolvos in het kippenhok?
Misschien verbroederen onze huisdieren zich met deze uitheemsen en krijgen we nieuwe soorten.
Stel je voor, een kat met vossenstaart en een ijshond in de vijver, de goudenkoets door gewei-paarden getrokken, witte pluimen aan de takken en oranje linten erdoor gevlochten.  Wat een interessant beeld,  daar kan de hoedenparade wat van leren.
Enfin,  het zal wel even duren voor we er een tegenkomen in de achtertuin, in dat geval zal ik het lokken met een broodkorstje en me tegelijkertijd afvragen: wat moet ik met dat bakbeest?